Pestprotocol



Op De Fontein willen we graag allemaal met plezier naar school gaan. Door ons aan de volgende regels te houden, kunnen we dit bereiken:
1. Samen spelen, samen delen. We horen er allemaal bij.
2. Het is belangrijk dat we goed naar elkaar luisteren.
3. We proberen aardig te doen tegen elkaar, en geen onaardige dingen over elkaar te zeggen.
4. We pakken geen spullen van elkaar af en maken de spullen van iemand anders niet kapot.
5. We moeten elkaar niet uitlachen, uitschelden of pijn doen.
6. Iemand die verdriet heeft kunnen we troosten.
7. Als er ruzie is, dan proberen we het uit te praten en maken het weer goed.
8. Als we zien dat er gepest wordt, dan zeggen we het tegen juf of meester. De meester of juf kan helpen.
Terugpesten lost niets op!
Ik probeer mij aan deze regels te houden. Naam:………………………………………….
 
Beleid ter voorkoming van pesten
  • Zorg voor een goed pedagogisch klimaat. De leerkracht probeert met elk kind een goed contact op te bouwen. De leerkracht heeft belangstelling voor elk individueel kind; de leerkracht neemt elke leerling serieus en benadert de leerlingen op een positieve manier. Het is belangrijk dat de leerling vertrouwen heeft in de leerkracht.
  • De leerkracht probeert een veilig klimaat te creëren in de groep, maar ook daarbuiten m.n. op het schoolplein.
  • Dit veilige klimaat is belangrijk voor alle kinderen. Daarom wordt in alle groepen gesproken over regels en afspraken, zoals aangegeven in het pestprotocol. Er wordt toegezien (zowel in de klas als op het schoolplein en in de gangen) op het uitvoeren van deze regels en afspraken. Het begint echter met een goed besef van waarden en normen.
  • Gedurende een hele schooldag komen waarden, normen en sociale omgangsvormen aan de orde, maar m.n. tijdens de kringgesprekken, de godsdienstlessen, tijdens de drama-lessen en de lessen sociale vaardigheden, is hier specifiek aandacht voor. Door als leerkracht het goede voorbeeld te geven, door regels en afspraken goed te bespreken en toe te passen, door het bieden van duidelijkheid, kinderen aan te spreken op hun gedrag, en door consequent te handelen leren kinderen wat er van hen wordt verwacht en respectvol met elkaar om te gaan.
  • Om de groepssfeer positief te stimuleren, kan er gewerkt worden met beloningssystemen; daarbij wordt m.n. het positieve gedrag in de groep beloond. Dit kan door “Het zonnetje van de dag”, het leren geven van complimenten aan elkaar, het verdienen van ‘pluimen’, ‘smileys’ of stickers, etc. Bij goed gedrag in de groep wordt de hele groep beloond met een leuke activiteit.
Pestgedrag, wat doen we eraan?
 
Helaas, ondanks alle inspanningen op dit gebied, komt het toch voor, dat kinderen zich niet veilig voelen op school. Vaak komt dit door pestgedrag. Omdat pestgedrag veel vervelende consequenties kan hebben, is er alles aan gelegen om dit ten goede te keren. Het pestgedrag wordt op de volgende manier aangepakt:
 
Vijf sporen aanpak:
 
1. De leraar (signaleren en aanpakken):
  • Leerkrachten proberen pestgedrag vroegtijdig te signaleren. Signalen worden serieus genomen. (zie de lijst in bijlage 1 en 2)
  • Met de pester en het gepeste kind wordt altijd een gesprek aangegaan en de toedracht wordt achterhaald.
  • Soms is het met een goed gesprek, een flinke waarschuwing en het aanbieden van excuses uit de lucht.
2. T.a.v. de pester :
  • Is dit niet het geval, is het geen plagen, maar echt pesten, dan krijgt de pester straf.
  • De pester wordt uit de groep verwijderd of moet in de pauze binnenblijven. Vervolgens meldt het kind zich na schooltijd bij de leerkracht. Het kind moet nablijven, strafwerk maken of bepaalde klussen doen. Er volgt altijd een gesprek met de pester en er moeten excuses worden aangeboden aan het gepeste kind.
  • De pester krijgt een oranje ‘strafbriefje‘ mee naar huis, waarop staat wat er is gebeurd. Ouders moeten dit briefje ondertekenen en weer inleveren op school. Dit is nodig om de ouders op de hoogte te brengen van het gedrag van hun kind.
  • Het team wordt ingelicht, zodat tijdens de pauze ook de andere collega’s het gedrag van het betreffende kind in de gaten kunnen houden. (pleinwacht).
  • Evaluatie vindt plaats na een week.
  • Wanneer er in kortere tijd meerdere briefjes zijn uitgedeeld aan hetzelfde kind wordt er contact opgenomen met de ouders van de pester. Ouders worden uitgenodigd op school voor een gesprek met de leerkracht, I.B.er en/of directie. Er wordt van ouders verwacht het gedrag van hun kind te controleren en te corrigeren, hun kind aan te spreken op zijn/haar gedrag.
  • Soms ligt er echter een achterliggende oorzaak ten grondslag aan het pestgedrag. (onzekerheid, compensatiegedrag, stoer gedrag om erbij te willen horen, een niet ideale thuissituatie of andere problemen) De leerkracht probeert dit tijdig te achterhalen. Hierop moet dan actie worden ondernomen. Soms moet de schoolbegeleidingsdienst of GGD worden ingeschakeld die verder onderzoek doet. Dan wordt er een handelingsplan voor dit kind opgesteld in overleg met de ouders
  • Er worden nieuwe afspraken met de pester gemaakt. Dit gebeurt middels een individueel ‘contract’ (gedragshandelingsplan) waar 1 of meerdere regels op staan en er wordt aangegeven hoe het kind verbetering kan bereiken. Evaluatie vindt plaats. Houdt het kind zich opnieuw niet aan de afspraak, volgt opnieuw een gesprek met de ouders en het kind. Er kunnen verschillende maatregelen worden getroffen o.a. dat het kind in de pauzes niet meer mag buitenspelen of het wordt verwijderd uit de groep. Het kind kan ook in een andere groep worden geplaatst. Blijft het pestgedrag zich herhalen dan wordt contact opgenomen met de leerplichtambtenaar. Er kan voor gekozen worden het kind (tijdelijk) op een andere school te plaatsen of het kind kan worden geschorst. Het Bevoegd Gezag wordt ingelicht.
  • In het ergste geval wordt er een verwijderingsprocedure gestart.
  • Zie voor meer tips in de aanpak bijlage 3.
3. Hulp aan het gepeste kind
  • Met het gepeste kind wordt ook gesproken. Er wordt getracht om het kind goed op te vangen en er wordt verteld wat er is afgesproken en wat het kind moet doen wanneer het pesten zich opnieuw voordoet. Er zijn meerdere mogelijkheden in de begeleiding van het gepeste kind.
  • De ouders van het gepeste kind worden ingelicht en er wordt verteld welke acties zijn ondernomen. Ouders van het gepeste kind worden gevraagd om contact op te nemen met school als zich bijzonderheden op dit gebied voordoen. Wanneer ouders zelf hebben gemeld, dan vindt er sowieso een terugkoppeling plaats.
  • Ook bij het gepeste kind kunnen er oorzaken aan ten grondslag liggen waardoor het kind vaak het slachtoffer is van pestgedrag. Een kind is bv. erg verlegen, onzeker, reageert vaak net op de verkeerde manier, lokt zelf (onbewust) pestgedrag uit. Deze kinderen moeten hierin begeleid worden door de leerkracht en door de ouders, maar zouden er ook gebaat bij kunnen zijn om een weerbaarheidstraining te doen of een cursus ’sociale vaardigheid’ te volgen. Hierover wordt, indien nodig, gesproken met de ouders.
Zie bijlage 3 voor meer tips
4. Hulp aan de zwijgende middengroep
  • Met regelmaat wordt het pestprotocol besproken. (zie verder de punten aan het begin van dit protocol: voorkomen van pestgedrag.)
  • Indien nodig/wenselijk wordt het voorval in de hele klas besproken. Ook wanneer er meerdere kinderen betrokken zijn bij het pestgedrag. Leerkracht maakt hiervoor een afweging. Er wordt dan een beroep gedaan op de verantwoordelijkheid van de hele groep.
  • Kinderen krijgen in de groep ‘tools’ aangereikt hoe ze kunnen handelen bij pestgedrag, hoe ze kunnen opkomen voor het gepeste kind.
  • Evaluatie vindt plaats na een week.
  • Er kan met beloningssystemen worden gewerkt om de sfeer in de klas te verbeteren (indien nodig) en om te leren elkaar aan te spreken op ieders verantwoordelijkheid.
5. Hulp aan de ouders
 
Zoals al eerder vermeld worden de ouders van het gepeste kind en van de pester ingelicht en betrokken bij het verdere verloop. Zonodig worden alle ouders van een groep ingelicht.
 
Tips voor ouders van gepeste kinderen:
 
a) Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
b) Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
c) Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken
d) Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot
worden of weer terug komen.
e) Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
f) Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt .
 
Tips voor ouders van pesters:
 
a) Neem het probleem van uw kind serieus
b) Raak niet in paniek: elk kind loopt kans een pester te worden
c) Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen
d) Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet
e) Besteed extra aandacht aan uw kind
f) Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
g) Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind
h) Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat